Inleiding
Er ontstaat een nieuwe maatschappij die we kunnen betitelen als de community economie .
Volgens Wikipedia is "Economie" is een sociale wetenschap (Nederland) of een gedragswetenschap (Vlaanderen) die zich bezighoudt met de voortbrenging en verdeling van schaarse goederen en diensten. De vraag is of het huidige westerse model dat gebaseerd is op kapitalisme, concurrentie, aandeelhoudersbelang hierin past?
Met name nieuwe (sociale) internet technieken maken het mogelijk dat we steeds meer en steeds beter samenwerken en coordineren, ongeacht het bedrijf waar we voor werken of bijvoorbeeld het land waar we verblijven.
Nieuw economisch kader
Albert Einstein zei ooit dat je belangrijke problemen niet kunt oplossen binnen hetzelfde kader waarin ze ontstaan zijn. Het is tijd om in de huidige crisis niet alleen wat kleine aanpassingen te verrichten op korte termijn, maar vooral te werken aan een beter fundament voor de lange termijn. Dat betekent dat we een nieuw kader scheppen.
De community economie is een maatschappij die meer uit gaat van samenwerking/coordinatie, van Wikinomics principles als mass collaboration en sharing. Ook maakt deze maatschappij gebruik van community software (de veel gebruikte term Web 2.0 vinden we geen juiste term hiervoor, het suggereert dat er een versie 1 was en dat er een versie 3 komt. Maar software ontwikkeling is een proces en geen product, het is een continue organisch proces, Google mail is pas na 5 jaar uit de de ß versie).
Perfect storm
We bevinden ons in de "perfecte storm" voor innovatie en maatschappij verandering. Demografische, technologisch, sociale, ecologische en economische winden komen samen. We wisten al dat het communisme geen passend model meer was en nu vertoont ook het kapitalisme flinke scheuren. Kapitalisme is gebaseerd op competitie, sales, korte termijn belang aandeelhouders, bonussen etc. Hoe komt het dat we nu opeens 2 jaar langer met onze auto en TV kunnen doen. Wat is de invloed van "sales" op het ‘aansmeren’ van producten die we eigenlijk niet nodig hebben? Of het creeeren van een beeld dat we minstens een even grote auto moeten als de buurman. En wat is de invloed van "sales" op het verbruiken van schaarse hulpbronnen? Minder is meer zou moeten gelden.
We zoeken naar een nieue maatschappij die meer uitgaat van samenwerken en minder van concurrentie. De community economie is gebaseerd op netwerken als Linked in waarin je je profiel aanmaakt, dit koppelt aan een ander profiel en je kunt (slim) samenwerken.
In de community economie wordt ook een link gelegd met het milieu, voedsel en het gebruiken van schaarse hulpbronnen. Voor schaarse hulpbronnen als olie is het beter samen te werken en te coordineren dan te concurreren. De reden dat concurrentie nodig is voor innovatie is niet meer waar. Open innovatiegroepen tonen aan dat ook concurrenten kunnen samenwerken en coordineren en zo kunnen innoveren.
Loslaten
De meeste bedrijven denken nog steeds in BV's, in muren, harken en aantal medewerkers. Ze zien werknemers als eigendom van het bedrijf en delen betekenisvolle informatie slechts binnen de eigen muren. Maar de arbeidsmarkt verandert enorm. De krapte neemt na het dal waar we nu even inzetten alsmaar toe en de internetgeneratie die vanaf de basisschool is opgegroeid met internet en mobiele telefoon komt nu uitgebreid op de arbeidsmarkt. Dus niet meer investeren in een 'paard met wagen' als er ook auto's zijn.
Alvorens we echt kunnen innoveren moeten we bestaande modellen en concepten durven loslaten. Mensen werken steeds korter in een bedrijf, of bieden zich aan als ZZP-er. Dan is het toch niet zinvol om bij binnenkomst het hele CV in het personeelsinformatiesysteem te zetten, gedurende het verblijf feedback en beoordelingen en gevolgde opleidingen te registreren om er volgens niets mee te doen als de medewerker na 4 jaar vertrekt.
Beter is te redeneren vanuit het individu dat een leven lang wil leren waarbij zijn/haar e-Portfolio de rode draad is. We moeten dus ook bestaande HR organisaties, processen, instrumenten en systemen loslaten alvorens we kunnen innoveren.
Meer informatie bij Paul Bessems community economist.